Toen er gezongen en gefloten werd op straat

Ik had het ook nooit moeten doen. Lid worden van de Facebook groep “T. in  vroeger tijden”. Of misschien van Facebook punt. Nu Marc en Sheryl (Suiker- en Zandberg) al zo lang volledig onbetrouwbaar blijken te zijn en al onze gegevens doorsturen naar de Russen.  En ons via hun algoritmetjes met dingen blijven besmeuren die onze ware aard meer doeltreffend ontmaskeren dan een psycholoog voor 900 kronen per sessie dat kan. En ik noem dat hier niet als voordeel. Ikzelf raak steeds meer geloofwaardigheid kwijt door de balonnetjes, die maar op blíjven duiken rechtsonder in mijn scherm, met “Meghan’s first real crisis” of “What are Meghan’s patronages?” Of “Jen and Brad on secret date”. Heb ik me toch op het Britse Koninklijk Huis verklikt. En op Brad. Arrrgh. Ik mag natuurlijk blij zijn dat het niet erger is. Zeker omdat ik niet weet hoe ik die nare boxjes kan laten ophouden, en ze steevast op het whiteboard verschijnen als ik via mijn computerscherm sta les te geven.

Via Facebook ben ik nu bevriend met al die mensen met wie ik vroeger niet durfde te praten. (Ja, die waren er.) En, erger nog, met die mannelijke mensen die ik vroeger leuk vond. Of nóg erger, die míj leuk vonden. En waarvan ik dat eigenlijk best wist. Shit. Daar zijn ze weer. Want een vriendschap afslaan, wie doet dat nou? Als je ze gewoon een paar maanden later weer virtueel kunt dumpen? (Wees gewaarschuwd, mijn trouwe vrienden – ik ben nog steeds dezelfde heks als vroeger.)

Maar het komt niet alleen door die oude “was ik maar weer zeventien, dan…”-vrienden. Het komt vooral door wat ze posten. En door dat “T. in vroeger tijden”. Dus nu zit deze eenzame schrijfster in het licht van een bureaulamp voor een raam, dat van onder een rieten dak een donkere, Deense straat intuurt, en denkt aan vroeger. Toen er gezongen en gefloten werd op straat. Wie Paul Jazoor is, weet ik nog steeds niet, maar een heleboel anderen kan ik me ineens weer glashelder herinneren.

Mijn beste vriendje, van wie de vader Surinamer was, en die dientengevolge de enige gekleurde was bij ons op school. Niet dat iemand dat merkte. Want bij ons was je wie je wás, en je had eerder een probleem als je vader schoolmeester was of tandarts, dan wanneer die uit exotischer oorden kwam dan T.

En mijn beste vriendin, die me vaak kwam halen en me dan op haar rug naar school droeg omdat ze op ponykamp was geweest.

De judoleraar en zijn spelletjes. Dat klinkt verkeerd, zie ik nu, maar dat was het niet. Elke vrijdagmiddag wachtten wij onder aan het duin op de Zwarte Weg op hem met onze judotas, terwijl hij bij zijn vader en moeder koffie zat te drinken. Als die op was, en hij zijn lenige benen hoog over het tuinhekje had geslingerd zonder dat open te maken, werden wij allemaal in de Fiat gepropt; zes op de achterbank en drie in de kofferbak, om vervolgens die zeven kilometer af te leggen naar de sportschool. En we leerden judo. En concentratie. En doorzetten en verliezen en gezelligheid, als hij steevast ongezien met Sinterklaas tóch weer wat in onze schoenen had weten te proppen, die in het stinkende kleedhokje onder de bankjes stonden, terwijl wij een sutemi aan het oefenen waren. Hij had onlangs vijftig-jarig jubileum, en ik ben niet geweest. Dat spijt me erg. Ik woon te ver weg.

Nog veel meer mensen kan ik me herinneren van vroeger. Types en karakters. De jongens met de brommers, die over het zandpad kwamen scheuren op een zwoele zomeravond en die steevast door mijn vader werden nagescholden voor alles wat hem minder lief was. De slager en zijn bolleblozende knecht, waar een kind altijd een stukje worst kreeg. De agent, die als voornaam ‘politie’ had. De drogist, die zijn eigen beste klant was. De tante van het kleinste winkeltje van Nederland, waar je bellenblaas kon kopen, en een rolletje rang, en verjaarsdagscadeautjes. Als zij een ringetje met een mooi rood steentje voor je inpakte met haar mollige handjes, wist je zeker, dat je het prachtigste sieraad ter wereld had gekocht. De vrouwen op de stoepjes, nog met schort en bezem, of in een roddelkliekje met hun boodschappentassen, naast het standje met windmolens en plastic strandspeelgoed voor de supermarkt. Die nog geen keten was, maar gewoon De J. & B. De fietsende loodsen met hun deftige petten, aktentassen en wapperende jassen. En de grote, pluizige hond, die zich koesterde in de zon voor de kroeg, en die door iedereen werd toegesproken zoals zijn baasje dat deed. (Hoe dat was, is hier niet voor herhaling vatbaar. Ik heb het net geprobeerd, het opgeschreven, maar het ziet er niet uit.)

Niet dat die mensen allemaal op “T. in vroeger tijden” belanden. Maar de context doet dat wel. De bus die van West naar Oost rijdt.  Een groep schoolkinderen, die voor de zoveelste keer op een praalwagen is gehesen voor het vieren van een heuglijk feit dat nu iedereen vergeten blijkt te zijn. (Ik wist het nog. Het was het 25-jarig jubileum van Koningin Juliana. Zó oud!) Voetbalelftallen van baldadige jongetjes. Het afmeren van de boot. En nog eens en nog eens. Overstromingen, weer zo actueel, klimaatverandering nee hoor, zo was het ‘vroeger’ ook al.

Regelmatig klik ik me verder. Die. En die. God, Jezus, ja, en die. Hoe zou het… Zou die..? En dan like ik per ongeluk iets. Of ik schrijf een commentaartje. Zoals dat van dat jubileum. En dan heb ik mezelf dus vrijgegeven zoals vroeger bij het boompjeverwisselen. En teruglopen, dat mag niet. Het kán niet.

En daarom wordt het steeds erger. De weemoed. De heimwee. Het besef dat als je érgens vandaan komt, dan is het van vroeger.

Het ergste zijn de foto’s van T. in de sneeuw. Die komen aan als een bal in je nek. Je moet stilstaan en afwachten tot die in dunne straaltjes langs je rug loopt en door de boord van je maillot wordt geabsorbeerd. Of eigenlijk, nee. Ik probeer alleen maar de beeldspraak in stijl te houden. Want het zijn geen koude herinneringen, maar juist hele warme. Van wandelingen door het bos, naar een plek die ‘de klokkengang’ heet en die net zo Narnia-achtig is als hij klinkt. Vooral in de sneeuw. Van het dorp, dat zo stil is als het wit is. De feestelijkheid die ik voelde als mijn moeder mijn zusje en mij op de slee over de maagdelijke stoep trok en af en toe “even eraf” zei, als er wat kale tegels kwamen. Het moet een hele krachtinspanning zijn geweest, twee kleuters op een houten slee door zo’n dun laagje sneeuw. Misschien dat ze het wist, dat ze met haar spieren onsterfelijke sporen trok. Van de sneeuw op Oudjaarsdag, waarin wij met vriendinnetjes onze oliebollen route aflegden. Met wanten aan en mutsen op liepen we eerst naar de oude groentenwinkel van Opa B., want die bakte al voor het middaguur. Vervolgens gingen we door naar Oma K., die vanuit haar piepkleine, brandschone keukentje met de deur dicht en het raam open porceleinen bordjes met sneeuwwit stuivende poedersuiker doorgaf aan onze hongerige handen. In de tuin ernaast stond Ome B. te bakken in de schuur, met een wit schort onder zijn verhitte kop met borstelhaar. Als hij tenminste thuis was van het varen. En dan naar huis, waar het keukenraam openstond en de radio aan, en waar de oliebollen in hun heel eigen sneeuwlandschap van suikerbergen op ons lagen te wachten.

Daar denk ik allemaal aan nu, in de eerste dagen van het nieuwe jaar, terwijl het koud en donker is, en er nog steeds geen sneeuw ligt. Misschien komt het door de klimaatveranderingen. Misschien doordat ik zo ver weg woon, zelfs helemaal in een ander land. Of misschien komt het inderdaad allemaal door Facebook.

Maar waarschijnlijk komt het gewoon doordat ik ouder word en de dingen voorbij gaan.

Toen er gezongen en gefloten werd op straat

4 gedachtes over “Toen er gezongen en gefloten werd op straat

  1. Erg leuk en heeeel herkenbaar! We worden rustiger met de jaren en denken dan veel meer terug aan onze basis. Ik zeg wel eens gekscherend, het leven begint pas bij 50. Ook je gevoelens omtrent de mensen waar je mee bent opgegroeid, soms even heel goed nadenken wie het ook alweer was, hoe was de band daarmee, was ik destijds wel aardig tegen hem of haar…nou ja, dat soort dingen. Prachtig die zin van je: “En dan heb ik mezelf dus vrijgegeven zoals vroeger bij het boompjeverwisselen. En teruglopen, dat mag niet. Het kán niet.” Dat van die heks begreep ik niet, heb je nooit zo ervaren hoor hahahaha. Hoe kan ik je blijven volgen, komt er ergens een pop-upje in beeld rechtsonder in het scherm☺

    Like

    1. Hallo Arjen, dank voor je leuke reactie:). Dat volgen schijnt te kunnen, je krijgt dan een e-mail als er weer wat nieuws is. Ik kan vanaf mijn site niet zien hoe het moet, heb net even geprobeerd in te loggen als gewone lezer, maar google misleid je niet! Meestal post ik het op mijn FB net als jij doet, dus daar kan je het ook lezen:). Mijn stukjes gaan lang niet altijd over T., maar misschien in de toekomst wel wat meer. En jij was altijd heel aardig, hoor!!

      Like

      1. Hoi, oké, ik kreeg nu 2 mailtjes van de 2 reacties maar dat kan ook komen doordat ik een vinkje had gezet bij Hou me op de hoogte. Ze zaten alleen in mijn spam map. Ik ga je FB in de gaten houden, leuk!!

        Like

  2. Tja, het vroeger komt niet terug in het echt maar gelukkig nog in herinneringen. Ik woon ook al heel lang in DK..sinds oktober 1975 – een mensenleven. Ik was 25 toen ik kwam… Nederland is veranderd en wij veranderden ook, maar in een andere dimensie. Mooi stukje nostalgie!

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s