Glædelig Jul

Het is weer Kerst.

En in Denemarken is dat met een hoofdletter.

Omdat de Deen op geen enkele hoogtijdag kan wachten en zijn onmatigheid en ongeduld tot cultuur heeft verheven, is ook tijdens de Kerst de Kerstavond op de vierentwintigste december verreweg de belangrijkste. Maar al lang daarvóór moet je op je hoede zijn. Want de Kerst wordt ingeluid met de eerste Advent. Als het kwaad wil, ligt die al eind november. En voor die gelegenheid dient er een adventskrans gedesignet te zijn van creatieve oplossingen voor de traditionele ronde dinges met dennengroen en misteltak, met daarin vier stevige kaarsen, waarvan er één tot en met die vierentwintigste moet meegaan. Ga er maar aan staan. Het lukt mij meestal nog nét om die kaarsen op tijd aan te schaffen, al heeft mijn lievelingsstriptekenaar (ach, Nederlands, ik hou van u, met uw heerlijke lange woorden, u lijkt wel Duits, soms) mij enig respijt geboden met haar stripje over de onvolkomen vrouw, die tegen haar kinderen zegt: “Natuurlijk bestaat de Eerste Maandag van Advent. Die heeft Jezus gegeven aan ons, de Kerst fuck-ups.” De afgelopen jaren ben ik steeds op de valreep gered door een stalen gedrocht in de vorm van een krans waar die kaarsen op zondagavond om half zes snel in gepropt kunnen worden. Mooi is het niet, maar effectief wel, en dan komt die versiering gewoon later. En zo kan één van de kinderen keurig op de eerste Adventszondag de eerste kaars aansteken. Hoera.

Het meer serieuze julen gaat pas los als de ‘d’ in de maand zit. De tuintjes worden opgeluisterd vanuit hun grauwe regensluier met lichtjes en wat erger is. De kalenderkaars, die iedere dag een streepje naar beneden moet worden gebrand, gaat aan. (Wij doen aan duurzaamheid in dit land. Maar kom niet aan onze kaarsen en houtvuurtjes. Vooral niet met de Kerst.) In iedere sociale geleding van de samenleving wordt er gløgg geschonken, vergezeld van een kartonnen bordje met drie meelballen die geheel misleidend appelschijven worden genoemd, met daarnaast een kwakje frambozenjam en een bergje poedersuiker. Dat is gezellig en top voor ons, de sociale alcoholisten, die nu lekker wat eerder kunnen beginnen, en bovendien op tijdstippen en localiteiten waar we in andere omstandigheden verantwoordelijke ouders en werknemers moeten zijn. Ook hoera.

Vanaf de eerste december wordt bovendien de Julekalender uitgezonden op zoiets ouderwets als een public service kanaal. En daar, kan ik de Nederlanders onder u van vergewissen, kan geen Sinterklaaskrant tegenop. De Julekalender bestaat hier al vanaf de zestiger jaren en was één van de eerste kindertelevisieprogramma’s voor jong en oud. Hele generaties voelen zich intiem verwant met vele nissefamilies en hun onuitwisbare nisseavonturen. Want de kerstkabouters zijn hier al eeuwenlang een begrip. Met hun lange baarden en rode mutsen zullen ze zeker hun vinger in de rijstpap hebben gehad toen van over de Atlanten de Kerstman uit de smeltkroes verrees. Vierentwintig avonden lang zit dus jong en oud hier aan de buis gekluisterd voor weer een nieuwe, of de herhaling van een oude, overwinning op Het Kwaad. Het zijn gezellige series, gekenmerkt door veel rood en groen, slechte acteurs, of goede met zeer middelmatige teksten, en een voorspelbare plot. En dat geeft allemaal niets, want men kan erbij hyggen met de in ieder geval wekelijks zelf gebakken pepernoten, vanillekransjes en peperkoekjes. Zoals iedere goede vertelling betaamt, is de ontknoping pas op het allerlaatst. De vrede op aarde, die daar steevast uit voorkomt, ontgaat ons vrijwel ieder jaar, omdat wij tegen die tijd lopen te stressen met gasten en eten en cadeautjes en kleren en versiering. En de kerkdienst.

Maar zover ben ik nog niet.

Want ondanks dat dit al een hele mond vol lijkt, is het nog maar het begin.

Want er is ook nog de pakjeskalender. Die moet hangen, liggen of aan een esthetisch verantwoorde slinger langs de trap bengelen, en wee ieders gebeente die vijf kinderen heeft, sowieso, maar ook omdat vierentwintig daarmee niet deelbaar is. Worden de kinders niet langer blij van een ingepakt gummetje of een chokoladekikker, dan is het tijd voor de Adventscadeaux, die echter serieus moeten zijn as in nieuwe sneakers of een externe harddisc. (Wij doen daar niet aan! We doen het niet! Ze hebben ook al Sinterklaas!!)

Al het georganiseer wordt niet vergemakkelijkt door het feit dat de gemiddelde Deen en ander volk, zeker als dat de vijftig is gepasseerd, de hele decembermaand in een alcoholroes doorbrengt. Zijn daar de middagjes met gløgg en in rum geweekte rozijnen; erger nog zijn de Julefrokosten, die georganiseerd worden in de leesclub, bij de badminton en het winterzwemmen, in het schoolbestuur, op je werk en met de hardloopclub. En bij het koor. En met de puppycursus. Daarbij eet men haring en drinkt men snaps. Veel. En daar kan men niet tegen. Dat kost niet één dag, maar wel twee. En soms drie. En zo hangen dan de kluwens dode kerstboomverlichting in een hoek, is de boom nog lang niet aangeschaft, liggen alle bladeren op een hoop tussen de potten met geraamtes van uitgestorven tomaatplanten op het anders zo ordelijke terras, en worden te vroeg gekochte cadeautjes en trouwens ook de chocoladeletters op een zonnige dinsdag in juni gevonden tussen de tafelkleden onderin de kast, die een uitstekende verstopplek bleek te zijn.

Over deze Julefrokosten valt veel te zeggen. Dat ze heel gezellig zijn. Dat er vaak vele tradities mee verbonden zijn. Dat alle dames en heren in vol ornaat verschijnen in bow-tie en stiletto-hakken. Dat ook hier de spelletjes, speeches en liederen niet ontbreken. Maar dat kan allemaal maar weinig kan baten. Want dezelfde gemiddelde Deen herinnert zich alleen het voorgerecht. En dat hij thuiskwam, was een wonder. En dat de conciërge nog wekenlang tijdens zijn koffiepauze gniffelend opnames van de bewakingscamera van de bewuste avond afspeelt, negeert men gewoon. Ook diegene die samen met zijn vrouwelijke collega de geschiedenis van het wiskundelokaal voor altijd veranderde.

Als de Kerst écht bijna voor deur staat, moeten de cadeautjes natuurlijk al lang in huis zijn. Maar hoewel men tegenwoordig de luie stoel niet meer uithoeft als men genoegen neemt met de milieuvervuilende optie van het internet shoppen (Jahaa: er wordt niet mínder, maar véél meer gereden, en dacht u echt dat ieder boek bij de boekhandel wordt aangeleverd in drie individuele lagen karton én een omslagje bubbelplastic?) is dat natuurlijk lang niet altijd het geval. Meestal wordt er afgestreept van wat heel eufemistisch ‘wenslijstjes’ worden genoemd, maar die eigenlijk bestellingslijsten zijn. (Een Alfi Thermoskan van Imerco. Rood. Een Object trui, geribbeld en blauw, medium, te verkrijgen bij Sinnerup.) Heel, heel soms verzint iemand iets zelf. Dat wordt dan steevast binnen twee weken geruild, samen met de thermoskan, die zwart was, want er zit een ruilmerkje op. De absolute desperado’s vinden tenslotte nog iets origineels bij het benzinestation op weg naar het feest.

En dan is het Kerst. Kerstávond. Hoera. De eend staat in de oven, het varkensgebraad met zwoerd staat ernaast, de aardappeltjes zijn voorgekookt om straks in één vloeiende beweging gecarameliseerd te worden, de tafel is feestelijk gedekt en de pakjes liggen onder de boom, de snaps staat koud en de kerstboom bijna aan, en de cultureel-christelijke familie zit in de kerk. Met dat alles kun je zó weer een blogje vullen. Maar ik heb geen tijd meer. En u ook niet. Want het is bijna Kerst. En van alle woorden die je met een hoofdletter ‘k’ zou kunnen schrijven, is dat toch wel het mooiste. Zeker in Denemarken.

 

 

Glædelig Jul

2 gedachtes over “Glædelig Jul

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s