Vertrouwen

’Deel-economie’, noemen we dat in Denemarken. Als je je huis verhuurt als je dat niet gebruikt, je tuingereedschap in een gedeeld schuurtje bewaart ter gezamenlijk gebruik, en eigenlijk ook als je je kleren naar de tweedehandswinkel of het Rode Kruis brengt. Of er koopt, natuurlijk. Mijn dochters doen niet anders. Kasten vol met kleren hebben ze, maar alles is tweede-, derde- of vierdehands. Of geleend van een vriendin. Of van… iemand anders, die ze zich even zo gauw niet kunnen herinneren, maar die zich wel zal melden, als ze dat onwaarschijnlijk kekke jasje van Philippa K. ineens mist. Als zíj het dan tenminste nog weet, aan wie ze het heeft uitgeleend.

“Zal ik een Gomore voor je oprichten?” vraagt de oudste, als ik mijn komst naar de hoofdstad aankondig. Dat heeft ze eerder gedaan. Van haar profiel. “Moet je je wel netjes gedragen,” zei ze erbij. “Anders krijg ik slechte waarderingen.” Het gaat allemaal om vertrouwen, heeft ze uitgelegd. Dat moet ook wel, als je waardevolle spullen uitleent. En jezelf erbij, zoals het geval is met een Gomore, waarbij je een lift aanbiedt aan een ander, die daarom ook een profiel heeft en wiens sterren je kunt checken, al voordat je hem of haar accepteert.

“Nee,” zeg ik, “Ik heb nu zelf een profiel.” Ik moet de foto niet vergeten, zegt ze. Ik maak er ter plekke één. Charmant is die niet. Maar alla, het is tenslotte geen datingsite. Vertrouwen, daar gaat het om. En als mijn grijze lokken en dito bril dat niet geven, weet ik niet wat wel.

Van een leien dakje gaat het niet. Na een dag heeft er nog niemand gereageerd. Ik moet mijn voorwaarden wat verslappen. (OK dan: tóch muziek. Kinderen had ik al geaccepteerd. Omrijden, vijf minuten, in de spits, vooruit dan maar.) De avond tevoren is het raak. Niels heeft zich gemeld. Gelukkig. Want met Gomore deel je bezine, de tol voor de brug, en, het allerbelangrijkste, je CO2 vervuiling. En je ontmoet nog eens iemand anders, dan waar je in het café naast zou gaan zitten. Of waar je mee getrouwd bent. What’s not to like? En Niels heeft veel sterren. Bijna van iedereen vijf. Er is sprake van sterreninflatie op Gomore, constateer ik. “Een interessante man,” schrijft er één. Mijn ervaring leert mij, dat dat bijna altijd lingo is voor iemand die in het buitenland heeft gewoond. Ik glimlach. Dan bekijk ik hem. Een vlezige vijftiger met een baard staart mij aan van achter nuchtere brillenglazen. Niet je stereotype Gomore gebruiker, denk ik zo. Maar des te leuker, misschien. Een ruimdenkende, milieubewuste leeftijdsgenoot. En zijn adagium dat mannen met baard niet te vertrouwen zijn heeft mijn man een aantal jaren geleden moeten laten varen.

Niels staat al klaar op het afritje. Ik krijg een grote hand. Het regent en er is veel verkeer. We doen de motions. Mijn naam, en een vleugje accent, ben ik buitenlander? En hoe komen wij zo..? Dan vertelt hij. Carrière. Silicon Vally. Zie je wel. Had zijn Amerikaanse vrouw onmiddellijk verteld dat als er kinderen kwamen, dan wilde hij terug naar het enige goede land voor kinderen. Daar waar je op school nog kind mocht zijn. We discussiëren over Deense pedagogiek en het schoolsysteem. Niels is een genuanceerde prater. We zijn Odense al voorbij als hij meldt dat zijn bonusdochter studeert. Ah. Gescheiden. Het zal allemaal wel komen. Ik wacht rustig af.

En ja, hoor.

Achtenhalf jaar lang procederen, zucht Niels. Want natuurlijk wilde zij de kinderen, twee meisjes, laten opgroeien in het állerbeste land voor kinderen, sterker nog, het beste land van de wereld, de Verenigde Staten van Amerika. Het was ermee begonnen dat zij naar een ‘blijf-van-mijn-lijf’ huis was gegaan. “Want daar krijg je sowieso steun. Ik had haar van alles aangedaan.” Hij kijkt me van opzij aan. Dat doet hij de hele tijd. Ik probeer terug te glimlachen. Dit is weer echt zo’n verhaal met twee kanten. Of meer.

Ze had het natuurlijk niet kunnen bewijzen, want het was verzonnen. Maar de kinderen en hij waren van rechtbank naar rechtbank gesleept.  Alle rechtzaken had ze verloren. En aangezien ze Amerikaanse was, wijtte ze dat aan het feit, dat ze de procedure in Denemarken voerden. Daarom had ze vervolgens haar zaak aanhangig gemaakt bij de Europese Commissie. Daarna bij de Commissie voor de Mensenrechten van de Verenigde Naties. Want nu had hij niet alleen haar geslagen; hij had ook de meisjes seksueel misbruikt.

“Als je mijn ex moet geloven, ben je in levensgevaar als je mij in je auto hebt!” Hij kijkt me weer indringend aan en glimlacht er vriendelijk bij.

De Storebæltsbrug ligt voor ons in al haar pracht. Sjælland gaat nog een uurtje kosten, als we tenminste niet vast rijden in de beruchte bocht bij Køge. Het is gestopt met regenen. Niels vertelt rustig, maar toch wat geëmotioneerd verder.

Uiteindelijk had zijn ex de oudste dochter zonder zijn toestemming meegenomen naar de Verenigde Staten. Gekidnapt. Tien maanden lang had hij niet geweten waar zijn kind was. Natuurlijk was ook daar weer een rechtzaak uit gekomen, en uiteindelijk was de moeder gedwongen geweest het kind weer af te staan. Ze waren haar met zijn allen op gaan halen. Hij, zijn jongste dochter, en zijn tweede vrouw. Gelukkig hadden ze er net op tijd lucht van gekregen dat mevrouw de ex een nieuwe rechtzaak in de planning had, die ervoor zou zorgen dat ze hangende de procedure het land niet zouden kunnen verlaten. Hals over kop waren ze weer vertrokken.

Want de koek is op. Hij kan niet meer, geestelijk niet, maar ook financieel niet. Terwijl hij een heel goede baan heeft. Nog steeds.

“Ik heb achthonderdduizend aan rechtzaken besteed,” zegt hij. “In dollars.”

Ik vraag hem, of hij verrast was dat de scheiding zo liep. Hij schetst een huwelijk met emotionele terreur. Eindeloos veel psychologen zijn er aan te pas gekomen. Maar nu gaat het goed met die meiden. En met hem. Niels glimlacht weer. Al is de jongste een extreem lastige puber. Ze lijkt op haar moeder. Hij grinnikt erbij. Soms heeft hij zin om te zeggen: “Gá dan! Ga dan bij je moeder wonen en laat ons met rust!” Maar hij zegt het niet. Hij is ervan overtuigd, dat het hier het beste is voor zijn dochters. In een veilig, beschermend land en in een goed, stabiel gezin. Met onvoorwaardelijke liefde.

Ondanks dat ik zolangzamerhand toch wel erg vaak de hoofdstad via deze weg ben binnengereden, vergeet ik toch rechts aan te houden. We rijden plotseling in een mij volkomen onbekend stuk Kopenhagen.

“Linksaf,” beveelt Niels. Ik doe gedwee wat hij zegt. Hij zal het wel weten. Hij werkt hier immers al zo lang. “Is dit niet waar de Flixbus..,” probeer ik. “Nee,” zegt Niels. En dan: “Weer links hier.” Het voelt onlogisch, maar ik doe het. Ik kijk een beetje vluchtig opzij. Hij ziet er afwezig uit nu. Ik ken hem niet en niets aan zijn uiterlijk is mij vertrouwd. Grote handen heeft hij ook.

Dan zijn we er. Aan de oostkant van het station. “Vind je het goed als ik er maar uitspring bij het stoplicht?” vraagt hij en ik knik. Natuurlijk. Hij grijpt snel zijn tas van de achterbank en voor ik het weet, is hij verdwenen tussen alle andere mensen die op een woensdagochtend op weg zijn naar hun werk. Niels. Als ik de trap oploop naar het appartement waar mijn dochter woont, zie ik dat hij al een waardering heeft geschreven van zijn Gomore ritje met mij. Ik mag die pas zien, als ik zelf iets heb geschreven. Ik sta stil op de overloop, geef hem vijf sterren en schrijf: “Een goede man.”

 

Vertrouwen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s