Kerstrituelen

Ondanks dat ’de mannen’ er niet zijn werd het gezellig. Schoonmoeder, oftewel ‘farmor’ (vaders moeder) kwam ook nu weer na zes uur rijden blij binnenstappen met een kartonnen doos vol lekkernijen zoals stroopwafels, Hollandse kaas, banketstaaf en vers gebrande nootjes van de markt. Daarbovenop lag gewoontegetrouw een plakkerig plastic zakje (want die hoort bij de kartonnen doos) met het vlees voor de hond. Er moet immers een goede reden zijn dat dat droge voer dat wij aan het eind van de middag nonchalant in de bakjes van onze Jack Russells strooien er de hele avond in blijft liggen. Verder sleepte ze met tafeldecoraties en andere bloemen, en zat er ook nog een fles drank onder haar arm geklemd. Het feest kon beginnen, nu er volkomen onnodig gecompenseerd was voor logies en ontbijt, en voor de steeds oppervlakkiger gesprekken met farfar.

En dat deed het.

Farfar en farmor zijn overal voor in. Farfar omdat hij tussendoor zijn puzzeltje mag maken en “aan zijn sigaartje mag lurken”, en misschien nog wel meer omdat hij alles toch niet meer zo meekrijgt. Farmor omdat ook zij uit het Hoge Noorden komt, en maar wat blij was toen zij na onze verhuizing naar Denemarken haar ‘Julafton’ eindelijk weer terug kreeg – zij het dan in de Deense versie.

De Denen nemen hun tradities heel serieus. Voor de meeste hoogtijdagen ligt een zorgvuldige choreografie klaar, compleet met muziek en decor. En dat geldt in heel bijzondere mate voor Kerst. Iedereen weet in dit land wanneer de Eerste Advent is. Die is het startschot voor de Kerstversiering. Natuurlijk wordt die zondagavond de eerste kaars in de adventskrans aangestoken. Hoewel de Kerstboom moet wachten tot 23 december, die ‘kleine Kerstavond’ heet, worden nu in de tuin lichtjesslingers opgehangen, en wordt het interieur verfraaid met een waas van rode stippen, die kaboutermutsen blijken te zijn. Want in het Hoge Noorden zwaait de Kerstkabouter de scepter. In Denemarken heeft die Rien Poortvliet-achtige dimensies; in Zweden is het een kruiperig type dat met een zak met cadeautjes over zijn kromme rug op Kerstavond zwijgend de woonkamer binnen stiefelt en alle kinderen de stuipen op het lijf jaagt. Er is daar ook een bok, die het hebberige ritueel al vele eeuwen als duivels bestempelt. Die bok heb ik ook. Gekregen van farmor.

De Deense kerstkabouters heten nisser en ze eten rijstpap. Dat doen de Denen zelf ook. De kindertjes vinden het lekker, en je kunt er de uren mee sparen die je later weer in de keuken nodig hebt voor Kerstavond. Bovendien is die witte brei ideaal om in de ijskast te hebben voor als je een kater hebt. Want gedurende de hele maand december rennen de Denen van de ene Julefrokost naar de andere. Die worden gehouden op je werk, in je leeskring, met de ouderraad, op de voetbalclub, met de buurvrouwen en dan nog eens met een stelletje vrienden, gewoon voor de lol. De ingrediënten zijn standaard. Men begint met roggebrood met haring, geflankeerd door een fikse snaps of drie. Het hoofdgerecht is meestal varkens… (Tja, varkens-wát, eigenlijk?) een groot stuk vlees, dat bedekt is met zwoerd waar een roosterpatroon in is gesneden. Dat dient knapperig te zijn, anders riskeer je als buitenlandse gastvrouw alsnog uitwijzing. Er wordt flink ingenomen, op tafels gedanst en met collega’s geflirt tijdens die Julefrokosten, die, ondanks dat het woord anders doet vermoeden, voortduren tot diep in de nacht. Zij zijn voor vele Denen de vrijbrief voor de jaarlijkse wip buiten de deur. “Het was tijdens een Julefrokost” betekent dat er daarna niemand naar de psycholoog hoeft.

Kerstavond zelf is een familie-aangelegenheid. De Deen is ‘cultureel-christelijk’ en de meeste mensen trappen af met een rondje kerk. Daarna wordt er gegeten. De vrouw des huizes heeft dan al weken tevoren het grote dilemma of er dit jaar eend of varken op tafel staat opgelost. Beide vleesgerechten worden geserveerd met zoete aardappeltjes en allerhande andere zoete groenten, zoals rode kool, uien en gedroogde pruimen. Na het eten doet men een dansje rond de boom en vervolgens pakt men de pakjes uit. Sommigen zingen nog gauw een psalmpje om die bok te bezweren. Anderen vallen onmiddellijk aan en doen of ze verrast zijn wanneer wens nummer zoveel die van de bestellijst op de ijskastdeur is doorgestreept uit zijn papiertje verschijnt. Weer anderen proberen hun teleurstelling te verbergen als de Kähler-vaas oranje in plaats van bruine strepen heeft. Hij kan immers geruild worden na de Kerst, op de dag dat de detailhandel nog meer te doen heeft dan tijdens alle koopavonden ervóór.

Wij doen altijd erg ons best om Deens te zijn met Kerst. In het begin was dat vooral voor de kindertjes. Zij moesten ook hun Kerstverhalen kunnen vertellen als ze de volgende dag op de slee van de Kerkheuvel suisden, samen met de andere kinderen uit het dorp. Want winters waren hier ook witter, vroeger. Nu zijn we er gewoon van gaan houden. Al hebben we Sinterklaas langs gehad, we doen het rondje kerk-haring-varkensgebraad-amandeltjesrijst-cadeautjes ook, en met hart en ziel. Het is feestelijk en gezellig. En farmor is blij.

Dit jaar was alles een beetje anders. Ik had voor het eerst de snaps zelfgemaakt. Ik had de haring zelf gemarineerd, met mierikswortel en kerstkruiden, als U het weten wilt. Ik had voor het eerst zelf onze boom gezaagd, en als klapper op de vuurpijl zaten er voor het eerst echte kaarsjes in.

De mannen zijn er niet, ziet U. Zij rijden op hun motorfiets door Zuid-Amerika. Ze hebben al een ongeluk overleefd, zijn bijna overvallen midden in de woestijn, en zijn ziek geworden. Nu moeten ze nog tien dagen rijden, en ik durf nog steeds niet te geloven dat ze het gaan overleven, want it ain’t over until the fat lady sings. Toen we hier gezellig zaten, met farfar en farmor, en mijn zwager en zijn gezin, met onze buikjes rond en de wangetjes rood en met de kerstboom aan, toen skypten ze. Op hetzelfde moment kwam mijn jongste dochter melden dat er een ontploffing had plaatsgevonden op de w.c. Nader onderzoek wees uit, dat dat ook op de andere w.c.’s het geval was. Het regende zo hevig, dat er een dijkje was gesprongen ergens in de buurt en de riolen waren overgelopen. Het schuim in het dunne laagje water dat langs de muren op de drie vloeren liep verried dat er sprake was van het afwaswater van al onze buren; de geur dat dat vermengd was met iets van alles farfars, die tijdens die afwas traditiegetrouw hun snor hadden gedrukt op ‘het toilet’ dat zij steevast ‘bezoeken’. (Doe de groeten, zeggen wij dan.) Terwijl de hele familie zich verenigde onder de boom en voor het scherm voor een gelukkige reünie met de mannen stond ik toch nog midden in de stront.

Kerstrituelen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s