Verzustering

Ze is veel aardiger dan ze eruit ziet. De vorige keer dat ik haar ontmoette, op de conferentie in Nyborg, leek ze koel en ongenaakbaar. Blond. Lang. Slank. Mooi. Alles wat ik niet ben. Duits. Echt Duits, vond ik toen. Nu zitten we in de U-bahn samen na de tweede dag met onze leerlingen op de Hamburgse conferentie van Model United Nations, het rollenspel waarin jonge mensen het hele besluitvormings- en wetgevingsproces van de Verenigde Naties naspelen, gekleed als diplomaten, in de taal van diplomaten, en met het geduld, de beleefdheid en ook de wedijver die daarbij horen.

Het is een zware dag geweest voor de kinders, vinden wij. Aan de grauwige weerspiegeling van onze gezichten in het grote raam, waarachter de wand van de donkere tunnel voorbij raast, is af te lezen dat dat ook voor ons geldt. We spreken Engels, en zijn het erover eens dat dat toch eigenlijk wonderlijk is.

De leerlingen van mijn school hebben zich al maanden voorbereid. Ze doen mee als delegaties van Duitsland (!) en Ierland, en zullen in de komende dagen in Comités en Raden lobbyen, debatteren en wetgeven over zaken including, but not limited to de veiligheid in Somalië, maatregelen tegen militante Islamitische groepen in West-Afrika, de preventie van seksueel overdraagbare ziekten, de verantwoordelijkheid van vroegere koloniale grootmachten, het commerciële gebruik van drinkwater, het voorkomen van dodelijke ongelukken bij illegale immigratie, en de toegang tot het internet als mensenrecht.

Vanochtend kregen wij een rondleiding door de stad. De gemoderniseerde Hafencity straalde zelfverzekerdheid, welvarendheid en veiligheid uit. Bovendien was het er, ondanks de robuuste en af en toe iets pompeuze gebouwen, gezellig. We liepen over bruggen en langs kades, en snoven de ijzerachtige frisheid van najaar aan het water in. De adem van de stad was rustig, maar krachtig. Onze gids, een meisje van de school, las voor van een manuscript. De informatie over het raadhuis kwam waarschijnlijk regelrecht van Wikipedia. Maar omdat haar glimlach tegelijk schalks en verlegen was, en ze me daarom enorm aan mijn jongste nichtje deed denken, vergaf ik het haar, hoewel ik zeker wist dat mijn nichtje de teksten zelf zou hebben geschreven, en waarschijnlijk ook nog uit haar hoofd geleerd. Eén van mijn leerlingen vroeg waar de wapens in de gevel van waren. Lichte paniek straalde uit haar ogen. Ze beaamde opgelucht mijn suggestie van Hanzesteden. De banden van weleer. We zoeken het op, beloofden we elkaar.

Toch brengt het Engels iets interessants naar boven als je over onze nationaliteiten nadenkt, zeg ik tegen mijn collega. ‘Nederlands’ heet immers nog altijd Dutch. Ik vertel haar over de met regelmaat wederkerende commotie over ons volkslied, dat het Duitse bloed als Nederlandse deugd bezingt. Ik vraag haar of ze weet dat hermanos in het Spaans ‘broeders’ betekent. Ik zie een mengeling van blijdschap en melancholie in haar staalblauwe ogen.

Terwijl de leerlingen zich met de verbroedering der naties bezig houden, zitten hun leraren en begeleiders in de bibliotheek. Wij zijn het control panel. De eerste dagen zijn voor de leerlingen gemoeid met het schrijven van resoluties, waarover later in de comités gedebatteerd zal worden. Wij moeten die nakijken op vorm- en taalfouten vóór ze op de tafel van de Chairs belanden.

Een andere Duitse collega vertelt dat ze ‘eigenlijk’ geen Duitse is. Ze komt uit Roemenië. Ze kan zich het vorige regime herinneren. Hoe haar grootvader, die toen al in de tachtig was, in de rij stond voor schoenen voor zijn kleinkinderen. Hoe ze geen uitreisverbod kregen nadat zij tijdens het spelen aan haar buurmeisje had verteld dat ze op vakantie gingen naar Duitsland, en dat ze daar best zou willen blijven. Haar ouders wonen nog steeds in Roemenië. Skype is een zegen. Als ik eens in Augsburg ben, kan ik bij haar slapen.

De Poolse collega’s trakteren op chocolaatjes. Er zitten pruimen in. Ik vind het nog te vroeg voor snoep, en zie de teleurstelling in de ernstige ogen van Janosz. Zijn Engels is kreukvrij. Ook hij heeft het pas op latere leeftijd geleerd. “Ik haatte Russisch,” zegt hij. “Ik heb na ’91 nooit meer een woord Russisch gesproken.”

De Zuid-Spaanse school heeft een wat oudere begeleidster die eruit ziet als een echte lerares. “I’m British,” zegt ze desgevraagd. En inderdaad hoor ik dat ze zich heeft aangeleerd haar accent te verbergen. Toen zij vertrok uit Groot Brittannië was Schots nog geen aanbeveling om op een internationale school Engels te komen doceren. Ze woont in Gibraltar. Daar zijn meer kilometers tunnel dan weg, vertelt ze. De dertigduizend mensen wonen als een randje slagroom rond een enorme rots op een oppervlak van twee bij vier kilometer.

Mijn Duitse collega moet twee haltes eerder uit de trein dan ik. Nadat ze is opgestaan, pakt ze nog even mijn hand. Mijn weerspiegeling ligt even bijna precies over haar gezicht als ik naar haar zwaai. Ik leun mijn hoofd achterover en sluit mijn ogen. Om me heen wordt nog levendig gepraat en ik moet toegeven dat ik ondanks mijn spreekblokkade alles versta. Als ik mijn ogen weer open doe, valt het me op dat niemand van de lustige kletsmajoren een Arisch uiterlijk heeft. Ik denk aan Denemarken, mijn woonplaats en bijna mijn thuisland.

Good for you, Germany,” denk ik waarschijnlijk in het Engels.

Alle Menschen werden Brüder.

 

 

Verzustering

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s