B

Pas twee weken nadat ik de gemeente een e-mail heb gestuurd krijg ik antwoord. Ik had geschreven in een moment van bezonnen inspiratie. Ik had genoeg van alle Facebook postjes, de likes en gedeelde trieste foto’s. Ik begon me steeds huichelachtiger te voelen, en uiteindelijk was er geen houwen meer aan. Natuurlijk had ik het overlegd met mijn man. Zoals voor veel van mijn ideeën was hij ook deze keer positief. Maar het duwtje kwam uit onverwachte hoek.

Ongeveer een half jaar geleden kwam het tweede boek uit van de Amerikaanse schrijfster Harper Lee. Jawel, die van To Kill a Mockingbird, dat in 1960 in druk verscheen. De meeste mensen hebben die roman gelezen als deel van hun Engelse boekenlijst in de tijd dat het nog vooruitstrevend was daaronder ook Amerikaanse literatuur te rekenen. Ook ik herinner me de omslag van het boek als gedeeltelijke bedekking van het gezicht van de jongste zoon van de familie waarbij ik in huis woonde. Die lag daaronder steevast te snurken. Want het boek was wel aardig, maar te lang, vond hij. Dat het bovendien verplicht was, was geen aanbeveling. Toen de tweede roman van de nu hoogbejaarde schrijfster in het Deens was uitgekomen las ik de recensie. De journalist in kwestie is vaak genadeloos, maar in dit geval was zij onverdeeld positief. Aangezien het een vervolg betrof op het eerste werk, nam ik me voor dat dan eindelijk eens eerst te lezen.

Nu heb ik het uit. To Kill a Mockingbird is een prachtig boek. Eigenlijk had ik Stoner dit jaar op nummer één gezet, maar nu ben ik in twijfel. Pas na een derde van het verhaal blijkt het te gaan over rassendiscriminatie in het zuiden van de Verenigde Staten van het interbellum. Oh nee, niet weer, denk je. Maar ondanks dat dit onderwerp zowel te veel uitgemolken is als helaas nooit minder actueel lijkt te worden, is de invalshoek hier interessant. De lezer zit namelijk in het hoofd van een opgroeiend meisje, dat de problemen maar amper begrijpt en dat, zoals kinderen dat doen, de onbarmhartige en bekrompen gesprekken normaal vindt die met stemmen van tantes en buurvrouwen als flarden mist in de straat hangen. Wie de waarheid maar al te zuiver ziet is de vader van het meisje. Atticus is een goede, zij het weinig conventionele ouder. Zijn kinderen noemen hem bij zijn voornaam, en zijn dochtertje groeit op in overalls. Wanneer de burgerdeugden van goede tafelmanieren en geschikte conversatie aan de orde zijn, vraagt Atticus zich liever af wat zijn kinderen dan wél bezig houdt en hoe die vlekken in hun kleren zijn gekomen, dan zich te verontschuldigen voor het gezelschap. Respect eist hij wel, en wanneer zijn kinderen eindelijk de schellen van de ogen vallen en ze zien dat hun vader misschien wel een grotere held is dan de man die in één schot een hondsdolle hond neerlegt, hoeft hij daar in ieder geval voor hemzelf nooit meer om te vragen.

Als advocaat heeft hij de verdediging toegewezen gekregen van een Negro die beschuldigd is van verkrachting. Hij vindt dat zijn taak als opvoeder inhoudt zich als een goed mens te gedragen. Hij weet dat alleen “a” zeggen niet genoeg is om het tij te keren en zich los te maken van de goede mensen, die door niets te doen het kwaad laten triomferen. Hij weet dat als puntje bij paaltje komt om de i van integriteit te vormen, de rest van het alfabet moet volgen. Uiteindelijk gaat To Kill a Mockingbird niet over een man die zich zijn verantwoordelijkheid bewust is, maar over de verplichting die hij voelt om zijn kinderen de dreiging en de problemen aan te doen van de gevaren en nadelen die daarvan het gevolg kunnen zijn. Het verhaal loopt nogal Tom Sawyer-achtig af met een moordpoging in het donker, die verijdeld wordt vanuit een eigenlijk verwachte hoek.

Maar dat weet jij natuurlijk al sinds je eindexamenjaar.

De gemeente schrijft dat ze graag van mijn aanbod gebruik maakt. Ik moet mijn telefoonnummer sturen, dan nemen ze binnenkort contact op.

Er zijn natuurlijk duizend redenen om geen vluchtelingen in huis te nemen. De eerste is misschien wel, dat je kinderen je absoluut geen held vinden als je hun kamer aanbiedt als woonruimte voor anderen. Ze balen ervan dat ze hun hele jeugd, die aan punaises de schuine muren boven hun bed decoreert, moeten weghalen en in kartonnen dozen stoppen. “We weten dat het politiek niet correct is,” zeggen ze, “maar het is gewoon rete-irritant om je kamer te moeten ontruimen. En waar moet ik mijn zooi dan laten? En als ik mijn fiets wil pakken, moet ik dan buitenom? En heb je aan de wasmachine gedacht?” Voor hen is dit het zoveelste geval van de vermoeiende moeder, die zo nodig iets goeds moet doen, het meest nog om haar eigen geweten te sussen. De tweede is, dat het inderdaad lastig is. Er moeten nieuwe deuren komen. We kunnen onze oude kranten en lege flessen niet meer kwijt, en, nou ik erover nadenk, onze logés ook niet. De derde, dat het bedlinnen tussen de sportspullen in onze overvolle kledingkast moet worden gepropt, waar het de nimmer volprezen geur van appeltjes en een zonnige najaarsmiddag onmiddellijk zal verliezen. En dan staan straks die vluchtelingen ook nog sigaretjes te roken op mijn terras.

De goede reden om toch onderdak te bieden aan mensen die in een situatie verkeren die ze zelf niet gekozen hebben, is dat het leven daarom gaat. Als je niet deelt, ben je alleen.

Nu is het vrijdagavond aan mijn keukentafel. De dag loopt op zijn einde, het licht ligt gefilterd over de heg, en er wacht mij een avond met Netflix. Het tweede boek van Harper heet Go Set a Watchman. Het ligt op mijn nachtkastje.

B

3 gedachtes over “B

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s