Iedereen is ergens goed in

Mijn collega zucht. Hij duwt zijn bril hoger op zijn neus, en zijn felblauwe ogen kijken wat agressief. Niet naar mij, want ik ben het meestal met hem eens, en dat weet hij.

“Dus dan loopt zo’n meisje ook het podium op, samen met alle anderen, krijgt een handje van de rector, en ontvangt een enveloppe met… ja, met wat? Een oude klassenfoto? Een lijst van boeken die ze vergeten is in te leveren? Een kortingscoupon voor Mc Donald’s?”

Ik lach. Ook deze keer ben ik het met hem eens. Ik moet denken aan de oude anekdote van Peter. Kinderen in broodjes aap heten in dit land altijd Peter, terwijl ik welgeteld één jongen onder de achttien ken die nog zo heet. Peter heeft zijn opa op bezoek. Van boven zijn kopje koffie stelt opa de vraag die opa’s stellen als ze graag interesse willen tonen, maar niet weten wat er omgaat in het leven van hun kleinkind:

“En, Peter, hoe gaat het op school?”

Peter kijkt op van zijn zijn legoblokjes, waarmee hij de eerste ooit door het menselijk brein bedachte mechanische M&M’s verpulveraar aan het bouwen is. Naast hem staat een bakje met het snoepgoed, vooralsnog onaangeroerd. Opa vindt dat hij te lang moet wachten op een antwoord, en stelt een vervolgvraag:

“Wie is de beste van de klas?”

Helaas maakt dat de zaak niet gemakkelijker voor Peter, die nu maar een M&M’etje neemt, een paarse, er even op sabbelt, en uiteindelijk aarzelend vraagt:

“Hoe bedoel je, opa… Het beste in wát?”

Dit verhaaltje, eventueel zonder de bijrol van M&M’s, vat uitstekend samen waar het Deense schoolsysteem, en wellicht de hele Deense maatschappij, van doordrenkt is, namelijk het idee dat iedereen gelijk is, en dat wij allen, ieder op onze eigen manier, iets positiefs kunnen bijdragen, precies dáár waar onze talenten liggen. Als er iets is dat naar mijn mening bijdraagt aan het vermeende geluk van de Denen, moet het deze gedachte zijn.

Het probleem ligt in het moment en de manier waarop kinderen, jonge mensen, en misschien zelfs ook de wat oudere, zouden moeten ontdekken wat hun bijdrage, en daarmee hun geluk, dan kan zijn. En daarin maakt de Deense onderwijspolitiek het ze niet gemakkelijk. Op de Folkeskole, die loopt van een kleuterbrugklas voor zesjarigen, tot een negende en eventueel tiende klas voor de laat-rijpe tiepjes, worden pas vanaf de zevende klas cijfers uitgedeeld. Op hun diploma prijken beoordelingen in een schaal van -3 tot 12. Aangezien het slecht met de volksaard te verenigen valt een kind te vertellen dat het minder waard is dan niks, als dat überhaupt al te bevatten zou zijn voor dat arme kind zelf, worden de laagste cijfers eigenlijk niet gegeven. Ik moet het eerste diploma van de negende klas met onvoldoendes nog onder ogen krijgen. Maar veel maakt dat niet uit.

Al voor onze vorige regering haar ambitie ventileerde dat 95% van alle jongeren een opleiding moet volgen die langer duurt dan de leerplicht (en leerplicht is hier geen schoolplicht: je mag je kinderen meenemen op wereldreis, als de boekjes maar mee gaan), was er in vergelijking met de vorige generatie al een enorm groot aantal jongeren dat voor het Deense gymnasium koos. Toegegeven, er zíjn andere scholen dan dit gymnasium dat het equivalent is van het Nederlands VWO. Er zijn handelsgymnasier, tekniske gymnasier en dan is er nog een twee-jarig opleiding die ook, zij het beperkter, toegang geeft tot academisch onderwijs. Verreweg het gros van alle leerlingen verkiest echter het ‘gewone’ gymnasium. Ik begrijp dat best. Het is een goede, algemene opleiding, en het sociale leven is bruisend en vormt voor vele Denen de basis van hun latere vriendenkring. Maar. Er worden geen toelatingseisen gesteld. Toen zij nog in de oppositie zaten stelde de huidige regerende partij voor dat er een minimum moest zijn van een vier (Nederlandse zeven) voor Deens en wiskunde om toegelaten te worden tot het gymnasium. Leiden was in last, en het voorstel redde het niet. Nu zitten dus alle kinderen samen op het gymnasium. De meesten doen hun best. De leraren ook. Die wringen zich in de nodige bochten om aan iedereen dat lesmateriaal te bieden en die eisen te stellen waarvan ze met enige zekerheid kunnen denken dat die de individuele leerling niet onmiddellijk tot zelfmoord zullen drijven. Ondanks dat is het aantal depressieve leerlingen torenhoog, en klaagt bijna iedere leerling over stress. Want ook de bollebozen hebben het zwaar. Het doek valt immers bij de toelating tot de universiteiten, die door het grote kwaliteitsverschil van eindexamens gedwongen zijn hoge toelatingseisen te stellen. Doordat het aanpassen van de les aan de minder geschikte leerlingen van de leraar nogal veel aandacht vraagt, moeten de ambitieuzere leerlingen vaak zelf verder timmeren aan een weg, waarvan het gruis nog niet glad is. Helaas is er verder bij dat timmeren geen helpende hand, want de opleiding tot timmerman is lang zo druk niet bezocht.

Een aantal jaar geleden moest ik een leerling haar mondeling examen Engels afnemen. Aangezien ze helaas niet in staat was ook maar één zin te produceren zonder minstens twee fouten, besloten de bijzitter en ik haar te laten zakken. Een aantal weken later ontvingen de rector van mijn school en ik een e-mail, waarin de moeder van het meisje mij liet weten, dat het aan mijn incompetentie en verkeerde beslissingen te wijten was dat haar dochter nu geen psychologie kon gaan studeren. Dat ik het wel geruststellend vond dat een meisje dat pas in de eindexamenklas ontdekt dat er in het Engels een –s achter het werkwoord komt in de derde persoon enkelvoud geen psychologe wordt, heb ik maar niet teruggeschreven. Ik gun haar een fijn leven in een baan waarin je dat soort triviale kennis niet nodig hebt, en waar je warme hart, je opgeruimd gemoed, je handigheid en doortastendheid veel meer op prijs gesteld worden. Het was een lief kind, en ze had vele talenten.

Nu vertelt mijn collega, dat een meisje van zijn laatste examenklas had gevraagd of ze tóch deel mocht nemen aan de diploma-uitreiking, terwijl ze niet geslaagd was. Ze had immers hoe dan ook haar best gedaan, en ze had besloten het niet over te doen. Het mocht. Want het was waar. Ze had haar best gedaan.

Iedereen is ergens goed in

2 gedachtes over “Iedereen is ergens goed in

  1. Leuk geschreven. Het is waar dat er geen toelatingseisen voor het gymnasium zijn; ik werk bij een UU (ungdommens uddannelses Vejledning) maar veel jongeren volgen toch het advies van hun vejleder…gelukkig maar!

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s