Grote mensen, kleine dingen

Mijn buurman, die de tomaten water geeft en de brievenbus leegt, heeft me een sms’je gestuurd. Ik zie het pas tegen de avond. Hier in ons zomerhuis in Zweden hebben wij weinig ontvangst. Het leven lijkt hier nog te draaien om lucht, water, zon en liefde, in plaats van om blood, toil, tears and sweat. De zomerbloemen bloeien uitbundig, en ik ben net binnengekomen met een grote bos in paarse tinten. Koekoeksbloemen, late lupines, digitalis en wilde rozen heb ik geplukt, de laatsten heel voorzichtig. Ik heb ze in een nieuwe vaas gezet, die we kort geleden hebben aangeschaft tijdens een cultureel rondje in een plaatsje in de buurt. Ik kijk aangenaam verrast naar mijn telefoon als die een burpje doet.

“Kennen jullie Ole E.?” vraagt mijn buurman in zijn berichtje.

Natuurlijk kennen wij Ole. Wie kent Ole niet.

Ole was één van de eerste mensen die wij ontmoetten toen wij net in het dorp waren komen wonen. Wij waren samen met een aantal buren en mijn vader druk doende een groot kampvuur te maken van allerlei milieutechnisch volstrekt onverantwoorde voorwerpen, die wij uit de wildernis van onze tuin het weiland op hadden gesleept. Ole had het ongeluk te komen kijken. Wij konden dat toen nog niet horen, maar zijn commentaar was niet mals, en in onvervalst Kopenhagens kregen mijn buren ervan langs. Kopenhagenaren staan er, zoals bijna alle metropolieten, om bekend nogal van de tongriem gesneden te zijn. Maar blijkbaar kende mijn buurman hetzelfde kunstje in het Juts, want vóór wij tot tien konden tellen, had Ole zich thuis verkleed, en kwam hij opdraven in een overall om ons te helpen. Het bleek hem te kenmerken.

Een paar maanden later danste er ineens een enorme teddybeer voor onze ramen langs. Eronder staken de benen van Ole. Onze dochter van vier had meegedaan aan een loterij op de kerstmarkt van de padvinders, en wij hadden niet op de uitslag gewacht. Ole kwam haar prijs brengen.

Wij hadden kinderen in dezelfde leeftijd, en zo kom je elkaar nogal eens tegen. Maar wat ik ook op me nam aan klusjes voor het algemeen nut, bijna altijd was Ole me voor. Stond ik worsten te verkopen op de jaarlijkse dorpsmarkt, dan was Ole de veilingmeester, die met rappe opmerkingen en een enorme dosis humor het verkopen van oude teringzooi tot een evenement maakte waar de mensen voor kwamen. Nog steeds danken wij een oude Bornholmse klok, waar veel geitjes in kunnen en die wel nooit aan de praat zal raken, aan zijn meedogenloze hamertje. Probeerde ik mijn eigen honneurs waar te nemen met het verkopen van koek en snoep bij de jaarlijkse gymnastiek uitvoering, dan marcheerde Ole met de gymnasten mee in de stoet, zoals hier gebruikelijk is achter de Deense vlag aan, de zaal in. Hij was namelijk trainer, en zelf een zeer verdienstelijk gymnast. Het jaar dat onze jongste haar arm had gebroken en niet mee kon doen, stond hij de dag tevoren op de stoep met een mensonterende hoeveelheid chocoladerepen, die zij kon troosteten als ze toch zou komen kijken naar de anderen. Natuurlijk deed ze dat.

Toen ons dorpsleven op sterven na dood was, ronselde Ole zijn vrienden en overtuigde ze ervan, dat het de natuurlijkste zaak van de wereld was dat er in de sporthal een James Bond-casino feest zou plaatsvinden. Niet van dat benauwde – nee, de hele zaal zou worden versierd, er zouden rode lopers zijn, glitter en champagne, en natuurlijk de Drie Deense Dreigingen soep, vlees en ijs. Er zou een spetterende band spelen, en een nationaal bekende conferencier zou het optreden bij de koffie verzorgen. Er moesten driehonderd mensen komen, dan kon het uit. Tegensputteren dat dat nogal veel gevraagd was in een dorp met achthonderd zielen was aan Ole niet besteed. Het zou supergaaf worden. En dat werd het.

Slechte tijden gingen niet aan hem voorbij. Tijdens het jaarlijkse sportevenement dronk Ole te veel en sloeg iemand op zijn bek. Het bleek de nieuwe minnaar van zijn vrouw te zijn. En die had het verdiend. Kort nadat ze uit elkaar waren gegaan, verloor Ole zijn baan. Hij huurde toen een huisje tegenover ons, dat hij onmiddellijk knus maakte voor zichzelf en zijn jongens. Maar hij was aangeslagen. Nu kwam hij wel eens zomaar, een kopje koffie drinken. Een tijd lang was hij ziekelijk en kreeg allerlei onverklaarbare huidproblemen. De lach, die zo vastgebakken zat in zijn gezicht, leek te kraken. Ondertussen was hij wel bereid om ons feest op te luisteren als Special Guest. Het thema was, met gegronde reden, de jaren veertig. Ole zou zijn intrede doen, wederom met veel glamour en in het spotlicht waarmee zijn jongste ’s avonds vanuit zijn slaapkamerraampje automobilisten terroriseerde, om het hele gezelschap de jive en de jitterbug te leren. Ik zou hem om tien uur ophalen, maar het werd half twaalf. Ole zat in smoking klaar in zijn keukentje, en in een mum van tijd waanden wij ons heel lang geleden, in de jonge jaren van onze grootouders. Ole was namelijk ex-ballroomdanskampioen.

Gelukkig vond hij weer geluk in zijn leven. Het verbaasde niemand toen Ole bleek mee te doen aan een TV programma, waarin één man wordt gekeurd door maar liefst twintig vrouwen, waarvan hij er uiteindelijk één mag uitkiezen om een avondje mee te gaan eten. Ik heb die uitzending niet gezien. En in tegenstelling tot de meeste Nederlandse programma’s heb ik hem gemist. Ondanks, of misschien dank zij, zijn snelle humor en actieve geest gingen alle vrouwen “uit”, en Ole moest zonder date terug naar zijn huurhuisje. Een dag later ontvingen de programmamakers een e-mail van een vrouw die vertelde, dat ze van het programma had genoten, en wél “aan” stond. Ze kreeg Ole’s telefoonnummer. Een jaar later gingen ze samenwonen, en ze trouwden vorig jaar.

Er kan maar één reden zijn waarom mijn buurman mij in mijn vakantie vraagt of wij Ole kennen.

“Ik hoop dat het OK is dat ik schrijf. Ole is gisteren verdronken in Bulgarije.”

Nu ben ik net terug van zijn begrafenis. De zon schijnt, de bijtjes gonzen, en mijn tuin is een flink aantal bloemen minder kleurig. Ondanks dat Ole bij zijn nieuwe vrouw op Funen was gaan wonen, was de begrafenis hier in de kerk. Zijn hart ligt hier. Zijn rode, warme hart, dat in de Zwarte Zee is gestopt met kloppen. Hij was een groot mens in de kleine dingen die het leven zo mooi maken.

Grote mensen, kleine dingen

4 gedachtes over “Grote mensen, kleine dingen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s