Het dorp

We reden terug naar onze woonplaats in België na een vakantie met onze kindertjes in het heerlijke Zweden. Het onderwerp van gesprek was geweest: “Waar gaan we wonen?”. We wilden ons definitief vestigen, onze kinderen laten opgroeien op een fijne plek, en ze een gevoel geven van ergens thuishoren. Ik wilde terug naar Nederland. Mijn man niet. We moesten het eens worden, en we waren gelukkig van goede wil. Maar we waren er niet uitgekomen in die twee weken van bootje varen, snoeken vangen en puzzeltjes leggen aan de tafel van het zomerhuis van mijn schoonouders. We puzzelden nog verder in ons hoofd.

Op de E20 van Kopenhagen naar Jutland zat ik op de achterbank. We hadden nog een borstkind, en mijn man had het borst voeden nog niet onder de knie. Op de achterbank kijk je het landschap in, in plaats van naar die witte streepjes die onverzadigbaar worden opgeslokt door de hongerige motorkap. En ik dacht ineens: “Hier.” Weidse velden, heldere hemel, zilte lucht, rust en reinheid. We hadden immers kleine kinderen. Denemarken was één groot Waddeneiland. Bingo.

Onze Belgische krant De Morgen was het lichte noorden mild gestemd. “Denemarken lijkt op het Nederland van het begin van de twintigste eeuw,” lazen wij. In gedachten bladerde ik in Jac. P. Thijsse. Ik dacht Rie Cramer-idylle,  en hoorde Bulletje en Bonestaak, zoals Meester Conijn dat vroeger voorlas op school. “Denemarken is het Bourgondië van Scandinavië,” was de volgende kop, een aantal weken later. Dat was een opluchting met de Zweedse Systembolaget vers in onze gefrustreerde hoofden, en Delhaize De Leeuw nog binnen loopafstand. Toen we vervolgens over de opkomst van de Deense Volkspartij (Dansk Folkeparti, DF) lazen, waren we geschokt. Gelukkig werd dat nieuws snel geneutraliseerd door het bericht dat de Deense prins Joachim was getrouwd met een burgermeisje uit Hongkong. Mijn man liet zijn baas weten alleen nog maar naar Nederland of Denemarken te willen worden overgeplaatst.

En zo verhuisden we vijftien jaar geleden naar dit idyllische dorpje in Jutland, waar de huisjes strooien daken hebben, de muren van vakwerk zijn, en waar het tuinpad van hun vader nog steeds bestaat en omzoomd met stokrozen kronkelend zijn weg vindt langs de kerk, voorbij de oude school met dito tuin gevuld met sneeuwklokjes, narcissen, margrieten en anemonen al naar gelang het jaargetij, om zich verder te slingeren langs de nieuwe school, die ook alweer tweehonderd jaar oud is, naar de Grote Weg naar de Boze Buitenwereld. Het is een prachtig dorp, het dorp. Al gauw bleek, dat onze buurvrouw zeer politiek actief was in de Deense Volkspartij.

“Zou het een nest zijn?” vroeg mijn man met een panische blik in de ogen, “Je weet wel, het ziet er allemaal zo onschuldig en gezellig uit, maar ondertussen?”

Nu heeft een vierde van alle Denen op DF gestemd. De meeste van hun kiezers bevinden zich in onze regio, tot aan de Duitse grens. Dus hier in het dorp moet bijna de helft van de bewoners zijn kruisje bij DF gezet hebben. Mijn vriendenbestand op de sociale media is geschokt. Mensen posten selfies met een zwarte band om de arm, er wordt aangekondigd dat men zich vluchteling voelt in eigen land, profielfoto’s worden vervangen door een zwart vierkant. Toch sympathiseert één op de twee of drie in mijn directe omgeving met het gedachtengoed van Denemarken voor de Denen, is sceptisch over de Europese Unie, juicht het idee toe om een slagboom bij de grens te zetten, wil het liefst de uitgaven aan ontwikkelingshulp gestopt zien, en weigert zijn aandeel te nemen in het ontlasten van de vluchtelingenstroom vanuit Noord-Afrika.

De retoriek is bekend: DF durft het te zeggen. Maar de moedige kiezers van de partij met een politiek die doordrongen is van angst voor alles wat nieuw is en voor mensen die anders denken, een hoofddoek dragen en van wie de boeren niet naar peterselie ruiken, houden zich angstvallig verborgen in het dorp. Zij duiken in de veren van hun warme nestje, broeden op eieren en verwarmen kuikens tot die de vleugels uitslaan als ze dat kunnen doen zonder gevaar voor hun leven. Nergens in het dorp hoor ik gejuich, merk ik opluchting over de uitslag van de verkiezingen, of zie ik de anders toch zo enthousiast gehesen vlag.

In 1999 zei de toenmalige premier van Denemarken over de Deense Volkspartij dat ze wel nooit salonfähig zouden worden. Nu zijn ze de op één na grootste partij van het land, en nog steeds komen hun kiezers niet op de koffie. Daarmee lijken ze op hun partij.

Gisteren kopte mijn Deense krant met de vier “niet verhandelbare” eisen van DF om zitting te nemen in de regering. Het lijkt er niet sterk op, dat DF interesse heeft om zich te mengen met wat hier de “burgerlijke partijen” wordt genoemd. Ze zullen hun best doen zichzelf uit de regering te houden, zodat ze wederom hun handen niet vuil hoeven te maken aan compromissen. Daarmee zullen ze in de tijd dat het de wankele nieuwe regering gegund zal zijn om op de nog wankeler “ministerskrukjes” te zitten wederom groeien als “een partij, die doet wat hij zegt”. Door niet met andersdenkenden samen te willen werken is het niet ondenkbeeldig, dat ze bij die volgende verkiezing zó groot zijn, dat ze een zuivere DF-regering kunnen vormen. Die weer geheel zijn eigen politiek kan doorvoeren. Die nationalistisch is. En socialistisch. En aan de macht gekomen door een snood gebruik van het democratische proces. Hashtag waar hebben we dat eerder gezien.

Het dorp is gemoderniseerd, en nou zijn ze op de goeie weg. Joachim is al lang gescheiden.

Het dorp

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s