Collage

Gisteren is Dan begraven.

Vandaag kopt mijn krant op de voorpagina met de vraag: ”Zal terreur Denemarken verenigen?”

Het antwoord kan helaas niet ingekopt worden.

De foto waar de kop onder staat laat een kleine groep mensen zien. Van hen zijn er drie mannen van middelbare leeftijd. Alle drie dragen ze een bril. Ze dragen ook alle drie een kalotje, vastgehouden in hun haar met wat mijn zusje en ik vroeger een “knipje” noemden. Hun gezichten zijn aangedaan. De voorste man glimlacht troostend naar een onscherpe, mooie vrouw met lang, donker haar op de voorgrond. De fotograaf heeft scherp gesteld op de twee figuren achter hen. De ene is de vroegere rabbijn Bent Lexner. De andere is een blonde vrouw van mijn leeftijd, die met de vingers van haar rechterhand de tranen van onder haar oog weg veegt. Zij is onze premier.

Net als Dan is Bent een veel voorkomende Deense voornaam. De achternamen zijn onmiskenbaar joods. Lexner. Rosenberg. Uzan. Maar de mensen zijn nu weer helemaal joden. De moeder van het meisje wiens Bat Mitzwa feest zo ruw verstoord werd in de nacht van zaterdag op zondag zegt het: “Vanaf nu worden wij nog meer joods.” Op de foto die een artikel over deze mensen begeleidt staat een lieve, warme familie. Een jongetje wordt opgetild en heeft zijn armen om de hals van zijn vader en moeder geslagen. Hij houdt ze vast met zo’n innigheid dat zijn ogen erbij dicht gaan. Die van de moeder zijn ook gesloten, genietend van de omhelzing. De vader en de grote zus op de voorgrond glimlachen naar de andere twee. Ze zijn op weg naar de begrafenis.

De eerdere foto’s die ik zag van Dan laten een enorme kerel zien, die zich ongemakkelijk lijkt te voelen onder zijn eigen fysieke overmacht. Hij was deurwacht. Hij beschermde wat hij kende als goed, mooi en waar. Families die van elkaar hielden, mensen die graag in elkaars gezelschap verkeerden, kinderen die met een feest hun intrede in de wereld der volwassenen vierden. Wat een wereld.

Nu moeten wij samen staan. De vraag is alleen: met wie?

Lars Wilks, de Zweedse tekenaar van Mohammed Als Hond, zou wensen dat alle media zijn tekening afdrukken. Dat zou “een groot voordeel” zijn, zegt hij. Dan zouden we samen staan in de verdediging van de vrijheid van meningsuiting. Maar met wie?

Politiken, mijn weekendkrant, wil de tekening niet afdrukken. Juist nu het overgrote deel van het Islamitische milieu zo scherp afstand neemt van de terreurhandelingen, vindt Bo Lidegaard, de hoofdredacteur van de krant, het ongepast “om deze steun aan onze democratische waarden te beantwoorden door iets te drukken, waarvan ik weet dat het sterke afkeer wekt in een deel van onze bevolking.”

Eén van de oudste Deense overlevenden van Auschwitz werd onlangs geïnterviewd omdat hij naar eigen zeggen met pensioen was gegaan van een levenslange opgave, namelijk het houden van voordrachten aan jongeren over verdraagzaamheid. Hij leidde die altijd in door in zijn getatoeëerde arm te knijpen met de woorden: ”Wij hebben allemaal de duivel onder onze huid. Laat hem niet ontsnappen.”

Het heeft veel weerstand gewekt dat een bekende van Omar met de welbekende Franse frase op zijn Facebookpagina postte dat hij Omar was. En dat we dat allemaal zijn. Het mag voor hem pleiten dat hij zich daarover liet interviewen. Of het overtuigt dat hij alleen maar bedoelde zijn medeleven uit te drukken wil ik in het midden laten. Dat hij desgevraagd antwoordt dat voor hem terrorisme niet alleen is het zaaien van angst onder de verdedigers van het recht van meningsuiting, maar ook de militaire handelingen van Israël tegenover de Palestijnen, zal geen verbazing wekken. Dat hij dezelfde persoon is die tien jaar geleden na het publiceren van de Mohammed tekeningen een valse bommelding deed bij Jyllands Posten zal hem helaas bij vele lezers van die krant niet het voordeel van de twijfel opleveren.

Benjamin Netanyahu wrijft al sinds 2001 vergenoegd in zijn mollige handjes. Want nu weten wij eindelijk ook hoe het is om omgeven te zijn door terroristen. Uiteindelijk zit hij al decennia lang te ontbijten binnen schotafstand van zijn vijand. En het zijn er veel meer dan vierduizend.

Nu leven wij allen in een globaal dorp. En we willen een dorpsfeest organiseren. We hebben de vrijheid om keiharde muziek te spelen. Maar we doen het niet, want dan kunnen de oudjes niet meedoen. We mogen eindelijk weer eens stomdronken worden. Maar we doen het niet, want dat vinden onze kinderen niet leuk. We hebben de vrijheid om eindelijk te zoenen met de über-lekkere overbuurman. Maar we doen het niet, want dan wordt de overbuurvrouw zo verdrietig. Om van onze eigen wederhelft nog maar te zwijgen. En we kunnen een andere buurvrouw negeren, omdat ze de oprichtster is van de Deense Volkspartij. Maar we doen het niet, want ieder zijn meug, en ze is een beste buurvrouw.

Het is een uitdaging die langer zal duren dan tot de volgende verkiezingen. Maar als we willen lijmen wat idioten in stukken springen, als we willen dat vrijheid een positief woord is en niet een slecht excuus om anderen te marginaliseren, en als we in ons dorp willen blijven wonen, dan moet het maar.

Nu nog een laagje vernis.

Collage

Een gedachte over “Collage

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s