Straks is de koffie klaar

Aan het bestek, dat volgens de regels de borden als een lijfgarde in een ijzeren greep houdt, is te zien dat het een lange avond gaat worden. Het is één van de zo langzamerhand steeds zeldzamer wordende gelegenheden dat ik ben uitgenodigd in de hoedanigheid van echtgenote van. Ik mis die gelegenheden niet. En al helemaal niet nu ik de taal nog niet goed spreek en ik niet zeker ben of de oppas mijn kinderen wel begrijpt. Bovendien heb ik van alle nieuwe codes die, onzichtbaar en onverbiddelijk als natuurwetten, het leven sturen in iedere cultuur, wederom die van het kleden verkeerd ingeschat. “Informeel” komt hier niet van de plank boven de joggingbroek, maar uit het rekje naast de cocktail jurk. Dit besef zal pas na jaren tot mij doordringen, samen met het idee dat je met een uitnodiging om te komen koffiedrinken in dit land in de namiddag verwacht wordt en niet ‘s ochtends om elf uur. Nu begint mijn zomerse bloesje al te plakken onder de armen, en ik moet een strategie verzinnen om mijn te strakke broek en dito onderbroek straks ongezien uit mijn kruis naar beneden te kunnen trekken. Ik voel aan mijn haar. Dat laat me meestal niet in de steek.

Het wordt een lange avond. We mogen gaan zitten. De man naast mij, die de mijne blijkt te zijn, schuift welwillend een stoel voor mij naar achteren. Tegenover mij glimlacht een dame me toe. Zij heeft zwaar gestifte lippen, draagt een sterk gearticuleerde bril die haar gezicht volkomen overheerst en waarvan ik mij afvraag of haar man die mooi vindt, en ze heeft asymmetrisch geknipt haar in een kleur die zeker niet de hare is. Later zal het me opvallen hoe kapperszaken en opticiens in deze stad, en in dit gehele land, wedijveren om het geld dat in de Deense huishoudens zo naarstig wordt bespaard door het grossieren in goedkope levensmiddelen. Dit bestedingspatroon is één van de weinige keuzes die ik nooit zal begrijpen, zelfs niet nadat ook ik me door de opticien in een voor hem lucratief contract zal laten persen bij de aanschaf van mijn eerste leesbril. In het mollige decolleté van mijn overbuurvrouw ligt een zilveren hanger van een onbestemde vorm die twintig jaar geleden modern werd genoemd. Scandinavisch, waarschijnlijk. Ik glimlach terug en probeer een zinnetje in het Deens. Gelukkig antwoordt ze niet. Ze past bij de gekleurde kringels in de gordijnen die achter haar langs het vierkante raam hangen.

Dan klinkt het heldere geluid van een lepeltje tegen een wijnglas. De directeur van de bank die dit samenzijn heeft georganiseerd wil graag een momentje de aandacht. Bankdirecteuren herken je overal. Ook deze heeft zacht-golvend, zilvergrijs haar, een bril zonder montuur, en een platte trouwring rond de daarvoor bestemde vinger. Zijn atletische lichaam, hij is waarschijnlijk wielrenner, gaat gekleed in een donker pak, dat niet genoeg opvalt om onthouden te worden, maar toch van een prijsklasse is die het vertrouwen wekt dat hij een wereldburger is, zonder tegelijkertijd te hinten naar Formule 1 races, casino’s en kerstvakanties in Dubai. Ik herken het woord “welkom”.

Er wordt gelachen om een grap die mij ontgaat, en er wordt geskålt. Pas nu om mij heen iedereen een velletje papier in zijn handen houdt, zie ik dat er ook op mijn bord een rolletje ligt met een grijs lintje eromheen. Ik trek het er gehaast af en rol het papier uit. De tekst die erop staat lijkt een gedicht. Mijn ogen ijlen langs de lijnen. Het heeft god-betere-het vijf coupletten. “Svantes lykkelige dag” is de titel, en ik begrijp dat dit over geluk gaat. En over een dag. En over iemand met de merkwaardige naam “Svante”. Tenzij dat een zelfstandig naamwoord is dat ik nog niet ken. Ik zal dit lied nog veel vaker horen, en de dichter die het geschreven heeft nog eens zien optreden aan zijn vleugel, als ik eindelijk ontdekt heb dat het gaat om een geliefde volksdichter in dit koninkrijk, die tevens niet onverdienstelijk jazzpianist is. Het lied zal ik terugvinden als solide onderdeel van wat “De Deense Zangschat” wordt genoemd, ja, welzeker met hoofdletters, en de metafoor is er geen van overdrijving. Een schat is het, die naar goede democratische beginselen zonder aanziens des persoons, geslachts en huidkleurs is uitgekeerd aan de hele bevolking in een verzameling die het “Zangboek van de Hogeschool” heet. Dit compacte, blauwe werk staat in iedere Deense boekenkast tussen de Bijbel en de dichtbundel van Benny Andersen.

Een zelfverzekerde vrouwenstem, een aangename alt, zet in. On mij heen klinkt onmiddellijk een zoekend zoemen in een gemompel van woorden. Nog voor wij het einde van de eerste regel bereiken is er harmonie. De melodie is vast, het ritme consequent. Iedereen kent dit lied. Ondertussen speur ik om mij heen of er al iemand is die door de dure brillenglazen en vanonder het welgesoigneerde pruikje haar de verwachte blik de tafel rond stuurt die zegt: “Wat zijn jullie hier in godsnaam aan het doen? Doe niet zo belachelijk – dit is een etentje met de bank!” Maar de weinige ogen die niet op de tekst gericht zijn, zijn zonder uitzondering neutraal, nee, eigenlijk heel vriendelijk. Bij het derde couplet zingt het hele gezelschap uit volle borst. Ik moet me van het gevoel ontdoen dat ik bij een sekte ben beland. Dit is klaarblijkelijk normaal. Naast de gordijnenmevrouw knikt een kalende man met ook al zo’n las-bril me toe. Hij ziet dat ik zit te schutteren, en dat de woorden uit mijn mond net één zestiende tel na die van de anderen komen. Hij ziet niet dat ik alleen mijn lippen beweeg, en dat mijn stokkende adem mijn stembanden niet durft te beroeren.

Later, jaren later, als wij eindelijk begrepen hebben dat je bij zulke gelegenheden een diner dient te serveren, en dat het diner veelvuldig onderbroken dient te worden door toespraken, sketches en liedjes die de aanleiding van het feest in retoriek, muziek en mimiek illustreren, vieren wij Deense feestjes in onze familie. De Nederlandse gasten worden onderworpen aan nieuwe rituelen. Sommigen waarderen het, anderen denken dat wij bekeerd zijn.

Bij zulke gelegenheden deel ik dus tussen het voorgerecht en het hoofdgerecht rolletjes uit met lintjes eromheen. De oude Ramses moet het ontgelden, en Doe Maar. Want wat, ben ik mij gaan afvragen, is “De Nederlandse Zangschat”? Welke liederen zijn er nog gemeengoed in Nederland? Zelfs als je, zoals ik, bent opgegroeid in wat in het Deens “een ouderlijk huis met piano” heet, is er maar een heel kleine kans dat onder alle blokfluitmappen, de rode band met Oorspronkelijke Meesterwerkjes voor Piano en Beatles voor Beginners een zwaar beduimelde, half uit elkaar gevallen uitgave ligt met de titel Kun je nog Zingen, Zing dan mee. Toch staan daarin pareltjes als “Mijn Nederland”, “De Herder”, “In het Groene Dal” en natuurlijk “Een Karretje”. Maar ook staaltjes als “Wien Neërlands Bloed”, en “Ferme Jongens, Stoere Knapen”  houden het vaandel van de vaderlandsliefde hoog in de inhoudsopgave. En wie durft dát nog te zingen? Als hij het al zou willen? Waarom is er nooit een gemoderniseerde versie van dit boek verschenen? Wij kunnen vast nog wel zingen, maar niemand zingt meer mee.

Ik begrijp niet veel van het lied. Het gaat over een meisje dat Nina heet. De laatste zin is me duidelijk: “Straks is de koffie klaar.” Dat klinkt vertrouwd. Ik ben opgelucht dat ik niet alleen de woorden, maar ook de troost die ervan uitgaat begrijp. Koffie is universeel. Net als bankdirecteuren. De papiertjes worden dichtgevouwen en mijn tafelgenoten kijken elkaar aan. Ze glimlachen nu allemaal, ook naar mij.

“Spreek je al Deens?” vraagt de gordijnenmevrouw als er een aangenaam gekeuvel op gang is gekomen. Ze blijkt vloeiend Engels te spreken. In haar ogen licht een vonkje humor op. Ik antwoord dat ik mijn best doe, maar dat gelegenheden als deze misschien niet de beste zijn om te oefenen. Ze knikt instemmend, buigt zich naar mij voorover en fluistert bijna: “Ik heb ook zó’n hekel aan dit soort avondjes!” Ze pakt haar glas en skålt met mij. De man naast haar poetst zijn bril, en begint dan een gesprekje met mijn man. Het voorgerecht is zalm met zure room en peberrød. Ik pak het buitenste bestek en neem een hap. Het is heerlijk. Misschien is het leven niet slecht.

Straks is de koffie klaar

2 gedachtes over “Straks is de koffie klaar

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s