Nej, ik heet geen Charlie

Gezien de gedeeltelijk gedeelde ervaring met Charlie Hebdo viel de Deense krant Jyllands Posten afgelopen weekend de eer te beurt Philippe Val te interviewen. Val is de vroegere hoofdredacteur van onze nieuwe identiteit Charlie. Jyllands Posten is een prima krant. Een beetje te rechts, een beetje te oppervlakkig, maar solide en ethisch in orde. De inhoud wordt grotendeels bepaald door de nul-meridiaan die in het Deense bewustzijn langs de E 45 naar boven loopt. Buitenlands nieuws komt pas aan bod vanaf pagina twaalf, in de sectie “Buitenland”. De gebeurtenissen in Parijs en vooral de aanval op Charlie zijn echter een uitzonderlijk geval, waarin het voor de Denen plotseling duidelijk lijkt te zijn geworden dat grenzen en meridianen maar streepjes zijn op – tja, niet eens meer papier, die alleen overschreden worden als de nood aan de man is, namelijk voor het inslaan van goedkope drank in Duitsland.

In 2005 was het Jyllands Posten die de inmiddels beroemde en beruchte Mohammed tekeningen drukte. Als ik het mij goed herinner, stonden ze op de achterkant. Het waren er een aantal. Mijn onmiddellijke herinnering zegt twaalf, maar het kan zijn dat dat een apostolische vertolking is. Eén tekening in het bijzonder veroorzaakte opschudding in grote delen van de wereld. Het was een tekening van Mohammed met een bom in zijn tulband. Het lontje brandde al, en lang was het niet. Wat er daarna gebeurde is geschiedenis, en ik heb eeuwig spijt dat ik die dag in een zeldzame vlaag van ijver de oude kranten naar de container heb gereden. Aan de andere kant – zou ik die achterzijde hebben willen inlijsten? Nee.

De commotie die door deze tekeningen veroorzaakt werd in de wijde wereld hadden de dwaze Denen natuurlijk nooit bevroed. Dat krijg je als het buitenlandse nieuws pas op pagina twaalf begint. Deense vlaggen werden verbrand, ambassades belaagd, Arla geboycot, en de chaos was compleet. En natuurlijk was het redactiegebouw van JP niet langer een onschuldige zone, een nestje waar men het dekbed over zich heen kon trekken als bescherming tegen het woeden in de rest van de wereld, aan de andere kant van de grens.

Dus het is niet verwonderlijk, dat JP verwantschap voelt met Charlie, zogezegd Charlie is. Dat de krant de tekeningen, of die van Charlie, niet nóg eens wil drukken uit solidariteit doet daar niets aan af. Want dat is begrijpelijk. JP hééft de kruistocht al gelopen, en voelt zich mede daardoor extra verantwoordelijk, niet alleen voor zijn journalisten die zich, toegegeven, in de aard van hun beroep meer of minder bewust blootstellen aan gevaar, maar ook voor andere werknemers, zoals zij die ook bij Charlie door willekeurigheid de dood vonden. Aldus één van de vaste columnisten van JP.

Pilippe Val velt een mild oordeel als het gaat om de beslissing die JP genomen heeft om niet nog eens tot publicatie van tekeningen over te gaan. Maar zijn mildheid strekt zich niet uit tot andere media en uitgeverijen. Hij kan maar één reden zien om niet langs deze weg solidariteit met Charlie te uiten en aan aan te sluiten in de rij op weg naar Jeruzalem, en dat is angst. Zij, die geen satirische tekeningen over Mohammed of de Islam wensen te publiceren besluiten dat om dat zij repercussies vrezen. Zij zijn met andere woorden lafaards. Dit is een houding die gedeeld wordt door zeer gerespecteerde en al even geleerde journalisten van JP, zoals Flemming Rose.

Een ander betichten van laf gedrag is altijd heel effectief. Net als fascistisch, sexistisch, extremistisch of pervers is “laf” een moeilijk af te schudden predicaat. Als je het éénmaal hebt, blijkt pathos ethos te overschreeuwen, om nog maar helemaal te zwijgen van alle goede argumenten die vruchteloos blijven. Gezegd is gezegd. Het kan niet ontzegd worden. Daarom is er reden te meer op je hoede te zijn als iemand met deze bijvoegelijke naamwoorden gaat strooien. Je kunt namelijk goed te maken hebben met een orator die zich bewust is van dit feit, en weet dat het lang zal duren voor iemand “laf” heeft ontkracht.

Vrijheid, gelijkheid en broederschap staan even hoog in het vaandel bij Charlie als bij JP. Zij houden beiden vast aan het idee dat vrijheid van meningsuiting één van de pilaren van de rechtsstaat is, of van de democratie, en dat het dientengevolge een onwrikbaar, absoluut recht is en moet zijn. Dat klinkt aannemelijk, en ik ben het ermee eens dat wij vaak niet genoeg beseffen wat een geluk het is in een samenleving te verkeren waarin men zijn mening mag zeggen, net zoals het een groot goed is in een land te leven waarin men zijn overheid, meestal, kan vertrouwen. Maar je kunt discussiëren over of we hier met oorzaken of gevolgen van de rechtsstaat te maken hebben, en je kunt betwijfelen of de rechtsstaat werkelijk op zijn fundamenten zou beven als zou blijken dat je ook deze grote woorden, vrijheid, gelijkheid, en broederschap kunt verbuigen in gradaties.

In mijn bewustzijn is vrijheid een gave. Ik ben er dankbaar voor. Maar zolang niet iedereen die vrijheid heeft, is het is geen recht, maar een voorrecht. En noblesse oblige. Een voorrecht mag niet zo uitgeoefend worden, dat het anderen schaadt. Dat geldt voor elke vorm van vrijheid. Die van het uitoefenen van je lusten en koesteren van je lasten. Die van geloven en verketteren. Die van je uiten of dat niet te doen. De vrijheid om je mening te uiten is een privilege dat niet gebruikt dient te worden om anderen te beledigen – daarvoor is zij veel te kostbaar. Mijn kinderen mogen tegen mij geen “fuck” zeggen. Ik vind dat namelijk niet fijn, en word verdrietig als ze dat doen. Ze mogen boos worden, met deuren smijten, en nog een heleboel andere dingen doen die ze niet mochten toen ze echt kind waren. Ik wil hun rebellie niet beteugelen. Maar ik verlang dat zij mij op een respectvolle manier toespreken. Ik geloof er namelijk in, dat wij elkaar uitstekend kunnen bevechten, betitelen en betuttelen, belachelijk maken en bekritiseren zonder dat we elkaar pijn hoeven te doen. Vrijheid van meningsuiting opvatten als vrijheid om te beledigen, alleen maar omdat je dat kan, is een tragisch misverstand, dat dit recht, en onze samenleving, in gevaar brengt.

Wanneer wij zeggen dat onze waarden en vrijheden absoluut zijn, vergeten we dat wij samenleven met anderen, en dat die anderen om hun vrijheden uit te oefenen, van onze welwillendheid afhankelijk zijn. Veel Deense journalisten vinden het woord “vrijheid” misschien slecht te rijmen met wat zij weten van de Islamitische cultuur. Eerlijkheid gebiedt onder ogen te zien dat die ook slecht te rijmen met onze eigen orthodoxie. “Altijd” en “nooit” bestaan niet. De waarheid is niet absoluut. En dat geeft niks. Het geeft ons de kans een genuanceerd inzicht te ontwikkelen, met morele verantwoordelijkheid voor het individu.

Geweld is vreselijk en moord ontoelaatbaar. Gelukkig streven de meeste mensen naar wederzijds begrip. Je hoort in de media vele geluiden van mensen die zeggen dat religie en geweld niet met elkaar verward moeten worden. Van anderen die die dingen aan elkaar koppelen door in absolute termen te redeneren dienen wij ons te distanciëren. Van mensen die anderen doden omdat die hen beledigd hebben. En van karikaturisten die een bom in Mohammeds tulband plaatsen.

Angst moet ons niet beteugelen in het uitoefenen van onze vrijheden. Maar wederzijds respect, noem het naastenliefde, mag het van mij winnen. Altijd.

Nej, ik heet geen Charlie

5 gedachtes over “Nej, ik heet geen Charlie

  1. Harmke Westerterp zegt:

    Altijd geweten dat je (nog) meer in je mars had. Goed geschreven en doordacht. Met een conclusie die ik volledig onderschrijf. Tien jaar geleden al, bij de moord op Theo van Gogh, hogepriester van de belediging.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s